Nadat de installatie is voltooid, kunt u de standaardinstellingen van het apparaat opgeven. Raadpleeg het volgende hoofdstuk om waarden in te stellen of te wijzigen. In dit hoofdstuk wordt stap voor stap uitgelegd hoe u het apparaat instelt.
In dit hoofdstuk vindt u de volgende onderwerpen:
De afdrukkwaliteit wordt beďnvloed door de atmosferische druk die wordt bepaald door de hoogte boven het zeeniveau waarop het apparaat zich bevindt. Aan de hand van de volgende informatie kunt u uw apparaat instellen voor een optimale afdrukkwaliteit.
Ga na op welke hoogte u zich bevindt en stel de juiste hoogte in.
|
|
Dubbelklik op het pictogram voor in het systeemvak van Windows of in het "Notification Area" van Linux. U kunt ook op in de statusbalk van Mac OS X klikken.
Als u daarentegen Windows gebruikt, kunt u het programma opstarten door in het menu of > > naam van uw printerstuurprogramma > Smart Panel te selecteren.
Klik op .
Klik op > . Selecteer de juiste waarde in de vervolgkeuzelijst en klik op .
|
|
|
Voer de volgende stappen uit om de taal die op het display verschijnt te wijzigen.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste taal verschijnt.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Zodra u tijd en datum hebt ingesteld, worden ze gebruikt in uitgesteld faxen en uitgesteld afdrukken. Ze worden afgedrukt op rapporten. Als ze echter verkeerd zijn, moet u ze wijzigen.
|
|
|
Als de stroomtoevoer naar het apparaat wordt onderbroken, moet u de datum en tijd opnieuw instellen zodra de stroomtoevoer is hersteld. |
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Voer met behulp van de pijl-links/rechts of het numerieke toetsenblok de juiste tijd en datum in.
Maand = 01 tot 12,
Dag = 01 tot 31,
Jaar = vereist vier cijfers,
Uur = 01 tot 12,
Minuut = 00 tot 59,
en u kunt ook AM of PM selecteren.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
U kunt uw apparaat zo instellen dat de tijd wordt weergegeven in de 12-uursnotatie of de 24-uursnotatie.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om de andere modus te selecteren en druk op .
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Het apparaat is standaard ingesteld op kopiëren. U kunt de standaardmodus instellen op faxmodus of kopieermodus.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om de gewenste modus te selecteren.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
U kunt de volgende geluidsinstellingen aanpassen:
: Hiermee kunt u het geluid van de toetsen of zetten. Als deze optie is ingesteld op weerklinkt er een toon telkens als er op een toets wordt gedrukt.
: Hiermee kunt u de waarschuwingstoon of zetten. Als deze optie is ingesteld op hoort u een waarschuwingsgeluid als er een fout optreedt of als de faxcommunicatie wordt beëindigd.
: Hiermee kunt u de weergave van geluiden van de telefoonlijn via de luidspreker (bijv. een kies- of faxtoon) of zetten. Als deze optie is ingesteld op , ("Common"), staat de luidspreker aan tot het externe apparaat reageert.
|
|
|
U kunt het volume regelen met behulp van . Als uw apparaat een handset heeft, kunt u het volume met de handset regelen. |
: stelt het volume van de beltoon in. Het beltoonvolume kunt u instellen op , , of .
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste geluidsoptie verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste status of het gewenste volume voor het geselecteerde geluid verschijnt en druk vervolgens op .
Herhaal indien nodig de stappen 4 tot en met 5 om andere geluiden in te stellen.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Om het volume te regelen via :
Druk op
(Faxen) op het bedieningspaneel.
Druk op . U hoort een kiestoon uit de luidspreker.
Druk op de pijltoetsen tot u het gewenste volume hoort.
Druk op om de wijziging op te slaan en terug te keren naar de stand-bymodus.
Als uw apparaat een handset heeft:
Neem de handset. U hoort een kiestoon uit de luidspreker van de handset.
Druk op de pijltoetsen tot u het gewenste volume hoort.
Druk op om de wijziging op te slaan en plaats de handset terug.
|
|
|
U kunt het volume van de luidspreker alleen wijzigen als de telefoonlijn open is. |
U zult voor verschillende taken namen en nummers moeten invoeren. Bij de installatie van uw apparaat moet u bijvoorbeeld uw naam of de naam van uw bedrijf en het faxnummer invoeren.
Als u gevraagd wordt om een letter in te voeren, zoekt u de toets met het gewenste teken. Druk een aantal keren op deze toets tot de gewenste letter op het display verschijnt.
Om de letter O in te voeren, drukt u bijvoorbeeld op cijfertoets 6 met opschrift MNO.
Telkens wanneer u op cijfertoets 6 drukt, verschijnt een andere letter op het display, M, N, O, m, n, o en ten slotte 6.
U kunt speciale tekens invoeren, zoals een spatie, plusteken enzovoort. Meer informatie vindt u in het gedeelte hieronder.
Als u nog meer letters wilt invoeren, herhaalt u stap 1.
Als de volgende letter op dezelfde knop staat, verplaatst u de cursor door op de pijl-links/rechts te drukken en vervolgens op de knop met de gewenste letter. De cursor gaat naar rechts en de volgende letter verschijnt op het display.
U kunt een spatie invoeren door twee keer op 1 te drukken.
Na het invoeren van de letters drukt u op .
|
|
|
Enkele van de volgende sleutelwaarden verschijnen mogelijk niet afhankelijk van de taak die u uitvoert. |
|
Toets |
Toegewezen cijfers, letters of tekens |
|---|---|
|
1 |
@ / . ‘ 1 |
|
2 |
A B C a b c 2 |
|
3 |
D E F d e f 3 |
|
4 |
G H I g h i 4 |
|
5 |
J K L j k l 5 |
|
6 |
M N O m n o 6 |
|
7 |
P Q R S p q r s 7 |
|
8 |
T U V t u v 8 |
|
9 |
W X Y Z w x y z 9 |
|
0 |
& + - , 0 |
|
* |
* |
|
# |
# |
Wanneer u zich bij het invoeren van een nummer of naam hebt vergist, drukt u op de pijl-links/rechts om het laatste cijfer of teken te wissen. Voer vervolgens het juiste cijfer of teken in.
Voor sommige telefooncentrales moet u eerst een toegangscode (bijvoorbeeld een 9) intoetsen en vervolgens wachten tot u een tweede kiestoon hoort. In dat geval moet u in het telefoonnummer een pauze invoegen. U kunt een pauze invoegen bij het instellen van snelkiesnummers. Druk op de juiste plaats op om een pauze in te voeren tijdens het invoeren van het telefoonnummer. A – verschijnt op het display op de overeenkomstige locatie.
In de tonerspaarstand beperkt het apparaat de hoeveelheid toner per afgedrukte pagina. Zo gaat uw tonercassette langer mee dan in normale modus. Dit gaat evenwel ten koste van de afdrukkwaliteit.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
|
|
|
Bij het afdrukken vanaf een pc kunt u de tonerspaarstand ook in- of uitschakelen in de printereigenschappen. |
Gebruik deze functie om energie te besparen als u het apparaat niet gebruikt.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op het pijltje naar links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot de gewenste tijdsduur verschijnt.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
U kunt de lade en het papier selecteren die u standaard wilt gebruiken voor uw afdruktaken.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om de gewenste papierlade te selecteren en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om het gewenste papierformaat te selecteren.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om de gewenste papierlade te selecteren en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om het gewenste type papier te selecteren.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot of verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts om de gewenste papierlade te selecteren.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.
Klik op het menu in Windows.
In Windows 2000 selecteert u > .
Voor Windows XP/Server 2003 selecteert u .
In Windows Server 2008/Vista selecteert u > > .
In Windows 7 selecteert u > > .
In Windows Server 2008 R2 selecteert u > > .
Klik met de rechtermuisknop op uw apparaat.
In Windows XP/Server 2003/Server 2008/Vista drukt u op .
In Windows 7 en Windows Server 2008 R2 selecteert u in het snelmenu.
|
|
|
Als bij het item het teken ► staat, kunt u andere printerstuurprogramma’s voor de geselecteerde printer selecteren. |
Klik op het tabblad .
Selecteer een lade en de bijbehorende opties, zoals het papierformaat en de papiersoort.
Druk op .
|
|
|
Als u een speciaal papierformaat wilt gebruiken (zoals factuurpapier), opent u het tabblad en selecteert u > onder (zie Voorkeursinstellingen openen). |
Macintosh-gebruikers moeten de standaardinstelling handmatig wijzigen als ze op basis van andere instellingen willen afdrukken.
Open een Macintosh-toepassing en selecteer het bestand dat u wilt afdrukken.
Open het menu en klik op .
Ga naar het paneel .
Stel de juiste lade in van waaruit u wilt afdrukken.
Ga naar het paneel .
Stel het papiertype in op basis van het papier dat in de lade werd geplaatst van waaruit u wilt afdrukken.
Klik op om het afdrukken te starten.
Als er gedurende een bepaalde tijdspanne geen gegevens worden ingevoerd, sluit het apparaat het huidige menu af en worden de standaardinstellingen geladen. U kunt instellen hoe lang het apparaat moet wachten.
Druk op op het bedieningspaneel.
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Druk op de pijl-links/rechts tot verschijnt en druk op .
Voer met behulp van de pijl-links/rechts of het numerieke toetsenblok de tijd in.
Druk op om uw keuze op te slaan.
Druk op om terug te keren naar de stand-bymodus.